de Verhalen - Stichting Familiehistorie Westera Wilkens

Verveners & turfdragers
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

de Verhalen

Immina Bugel trok van 1867 tot 1875 door Nederland met de getrouwde spoorwerker Egbert Bras. Deze Egbert werd door zijn familie als vermist opgegeven, en dat leverde problemen op bij het huwelijk van dochter Francina. Wilt u meer weten over deze Ronde van Nederland?


Hoe zal Immina Bugel die tocht door Nederland gemaakt hebben in de tweede helft van de negentiende eeuw?
Met een trekschuit? Maar hoe ging het er in zo'n trekschuit aan toe?



De ouders van Geesje Jans Gnodde woonden dan wel in Hoogezand, een aantal van hun kinderen kwamen elders ter wereld. Geesje werd geboren in Durgerdam. Of was het toch in Nieuwhuizen?

Het lijkt op het eerste gezicht misschien een zwaar beroep, dat van turfdrager. Je zou ook niet verwachten dat je er vermogend van wordt, maar in de Kwartierstaat Wilkens komt toch een turfdrager voor die een drietal huizen aan zijn erfgenamen wou nalaten.
We hebben het hier over de Amsterdammer Hendrick Hendrickse Vesterinck.

In de Kwartierstaat Westera komen we de Veendammer schipper Wijndelt Roelfs Suk tegen. Hij voer o.a. richting de Oostzee en Amsterdam.
Het zat hem niet altijd mee, zoals blijkt in het artikel dat verschenen is op de website De Verhalen van Groningen. In 1770 vertrok hij vanuit Stettin richting Amsterdam met een lading hout. Pas een jaar later arriveerde hij daar.

Wijndelt Roelfs Suk, die in de linker kolom genoemd wordt bij het artikel ´Een Veendammer schipper met heel veel pech´ had al eerder averij opgelopen op zee.
In 1765, tijdens een tocht van Gothenburg naar Amsterdam, kwam hij in een zware storm terecht, wat de nodige schade tot gevolg had.

Neger van Welgelegen, knegt van de Heer Gezworen Ligtenvoort, neger uit Curaçao.
Het zijn maar een paar van de benamingen die Louis Alons door de jaren heen heeft gekregen. Koetsier was hij, maar ook knecht en dagloner. Een groot deel van zijn leven verbleef hij in de buurt van Cornelis Star Lichtenvoort en Maria Kock, met wie hij in 1766 meeging naar Sappemeer. De moeder van Louis, Sambo, ging ook mee, maar zij keerde al snel terug naar Curaçao. Louis Alons bleef achter in Sappemeer.




De nieuwe bediende van de Universiteitsbibliotheek in 1917 heette Gerrit Vestering. In 1942
vierde hij zijn 25-jarig jubileum, en over de viering daarvan is nog wel wat in de archieven te vinden.

Tegenwoordig is een berichtje gauw verstuurd.
Er is echter een tijd geweest dat de aankondiging van een huwelijk voor de familie aan de andere kant van het land, gebeurde met een advertentie in een nieuwsblad.

In het gezin van Jan Johannes Mihl en Aaltje Huizinga hadden ze het al niet breed, en van hun kinderen kwam een aantal jong te overlijden. Tot overmaat van ramp moest de kostwinner ook nog naar de gevangenis.


Johanna Barbera Schuur overleed in januari 1920. Dankzij een aantal gescande krantenberichten konden we achterhalen waaraan zij overleden is.

Jantje Kampinga was al op jonge leeftijd weduwe geworden, en opnieuw getrouwd met de gescheiden Harm Perdon. Maar al gauw na dit huwelijk kreeg Harm Perdon een ongeluk op zijn werk.

 
© 2003-2021 Stichting Familiehistorie Westera Wilkens
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu