dV-27 - Stichting Familiehistorie Westera Wilkens

Verveners & Turfdragers
Title
Ga naar de inhoud

OPEN BRIEF.
Aan het ex-raadslid U. Wilkens, Baflo.

    Krachtens een dezer dagen genomen besluit van Gedeputeerde Staten zijt gij van het lidmaatschap van den raad vervallen verklaard, omdat gij schuldig zijt bevonden aan overtreding van artikel 24 der gemeentewet, dat middellijk en onmiddellijk levering aan de gemeente door raadsleden verbiedt.
   Met dit besluit is – misschien – aan de wet voldaan, doch het rechtsgevoel komt in opstand.
   Uit de stukken en uit hetgeen door u in openbarre zitting is aangevoerd, is mij – en ik wensch hier te zeggen: ellen anderen leden van het kollege van Gedeputeerde Staten – overtuigend gebleken dat gij volkomen te goeder trouwt hebt gehandeld, en dat gij geen enkele handeling hebt verricht, die een smet werpt op uw naam en karakter.
   Gij hebt, het is waar, voor een luttel bedrag geleverd aan personen, welke levering is betaald geworden vanwege het burgerlijk armbestuur. Doch gij hebt allicht geoordeeld dat zoodanige levering aan een lichaam dat èn wegens de wijze van benoeming zijner leden èn wegens de zelfstandige bevoegdheid in ’t besteden der gelden, een zelfstandige positie inneemt, geen levering aan de gemeente kon worden genoemd.
   Als gij zoo hebt geoordeeld, dan bevindt ge u in goed gezelschap: juristen van naam deelen die opvatting.
   Erkend moet evenwel worden, dat ook een andere juridische opvatting bestaanbaar is, en deze hebben Gedeputeerden tot de hunne gemaakt.
   Ik weet niet of gij in beroep gaat bij de Kroon, en zoo ja, welke de uitspraak zal zijn.
   Maar al blijft deze ook gelijk aan die van Gedeputeerden: uw goede naam blijft ongerept, en er is alleen een voorbeeld meer geleverd, hoe een goed bedoelde wetsbepaling in zijn bijzondere toepassing leiden kan tot grievend onrecht.
   Er zit aan deze zaak nog een bijzonder hatelijke kant. Gij hebt in de jaren van uw lidmaatschap van den raad steeds naar uw beste krachten en op de wijze die u de juiste voorkwam, de gemeentebelangen gediend. Daarbij kwaamt gij herhaaldelijk in botsing met den voorzitter van den raad, die meermalen door autoritair optreden trachtte goed te maken wat hij mist aan takt, inzicht en gezond verstand. Gij hebt moeten vechten tegen inzichten die tegen de uwe indruischten, tegen handelingen die u onrechtvaardig toeschenen, en gij hebt bij dit alles nimmer hem gespaard, die om zijn persoonlijke kwaliteiten nooit tot burgemeester van een gemeente zou zijn benoemd, indien hij niet ook jonkheer voor zijn naam had kunnen schrijven. Gij hebt u daardoor natuurlijk vijanden gemaakt, en de gedachte wil mij niet loslaten dat door dit alles de goede wil heeft ontbroken, om een beslissing als nu is genomen, te rechter tijd te voorkomen.
   Ik had u het bovenstaande persoonlijk willen schrijven, doch acht het nuttig, aan deze uiting van beleedigd rechtsgevoel publiekelijk uiting te geven.
                                Met handdruk,
                                MANSHOLT.



Open brief. Aan het ex-raadslid U. Wilkens, Baflo. Het Volk: Dagblad voor de Arbeiderspartij; Bijblad voor de Noordelijke provincies, 27 juni 1925.
 
© 2003-2024   Stichting Familiehistorie Westera Wilkens
Terug naar de inhoud